In het kort
- Aandelenopties kunnen helpen om medewerkers te laten meedelen in de toekomstige waarde van je onderneming.
- Het kabinet wil deze beloningsvorm fiscaal aantrekkelijker maken voor kwalificerende start-ups en scale-ups.
- Je bedrijfsmodel, omvang en aandeelhoudersstructuur bepalen mede of je onderneming in aanmerking kan komen.
Je wilt goede mensen aantrekken en vasthouden, terwijl je ook geld nodig hebt om verder te groeien. Medewerkers laten participeren kan dan een interessante aanvulling op hun salaris zijn.
Met aandelenopties geef je medewerkers het recht om onder afgesproken voorwaarden aandelen te kopen. Als de waarde van je onderneming stijgt, kunnen zij daarvan profiteren.
Een nieuw wetsvoorstel moet deze vorm van belonen aantrekkelijker maken. Wat houdt het in en voor welke ondernemingen is het bedoeld?
Wat kan er veranderen?
Het kabinet wil de belastingheffing in beginsel uitstellen tot de medewerker de met opties verkregen aandelen verkoopt. Daarnaast wordt voorgesteld om 65% van het kwalificerende voordeel te belasten. De medewerker betaalt dan belasting over een kleiner deel van het voordeel.
De regeling is nog een wetsvoorstel. De beoogde invoering is 1 januari 2027, maar de parlementaire besluitvorming moet nog worden afgerond.
Past jouw onderneming binnen de voorwaarden?
Het voorstel richt zich op bedrijven die vanuit innovatie snel kunnen groeien met een schaalbaar en herhaalbaar bedrijfsmodel.
Een praktische vraag is: kun je veel meer klanten bedienen zonder dat je kosten even hard meegroeien? Bij een eigen digitaal product is dat bijvoorbeeld goed voorstelbaar. Vervolgens moet je onderbouwen wat je product of bedrijfsmodel vernieuwend maakt.
Hetzelfde bedrijfsmodel moet bovendien bij meerdere klanten of in andere markten toepasbaar zijn. Een ambitieus groeiplan alleen is daarmee onvoldoende om voor de regeling te kwalificeren.
Er geldt geen vaste leeftijdsgrens. Ook als je onderneming al langer bestaat, kan het zinvol zijn om te onderzoeken of zij binnen de definitie valt.
Hoe groot mag je onderneming zijn?
Uitgangspunt is de Europese mkb-definitie: minder dan 250 medewerkers en een jaaromzet van maximaal € 50 miljoen óf een balanstotaal van maximaal € 43 miljoen.
Daarbij kunnen gegevens van andere ondernemingen binnen je groep en bepaalde aandeelhoudersrelaties meetellen. De hele structuur moet daarom worden beoordeeld.
Ook beursnoteringen spelen een rol. Je onderneming mag zelf niet beursgenoteerd zijn. Daarnaast mag een beursgenoteerde onderneming niet direct of indirect meer dan 25% van de aandelen of winstbewijzen houden.
Voor ondernemingen buiten de gebruikelijke route bevat het voorstel een mogelijkheid binnen de de-minimisregels. Of die bruikbaar is, vraagt om een afzonderlijke toets.
Wie bepaalt of je in aanmerking komt?
RVO moet beoordelen of je onderneming kwalificeert. Daarvoor moet je onderbouwen hoe je bedrijfsmodel werkt, waar de innovatie zit en hoe de onderneming kan groeien.
Een bestaande WBSO-regeling of investering door een durfkapitaalpartij kan daarbij helpen als onderbouwing. Het geeft geen automatische toegang tot de nieuwe regeling. Ook de optieafspraken en de deelnemende medewerkers moeten aan de voorwaarden voldoen.
Wat kun je nu al voorbereiden?
Bepaal eerst wat je met medewerkersparticipatie wilt bereiken. Wie wil je laten deelnemen en welk deel van de toekomstige waarde wil je met hen delen?
Verzamel vervolgens je ondernemingsplan, financiële gegevens, aandeelhoudersstructuur en eventuele bestaande optieafspraken. Daarmee kun je gericht laten onderzoeken of de regeling bij je bedrijf past.
Kijk ook naar de gevolgen bij vertrek van een medewerker, een nieuwe investeerder of verkoop van de onderneming. Heldere afspraken helpen medewerkers begrijpen wat zij ontvangen en geven jou zicht op de toekomstige eigendomsverhoudingen.
Overweeg je medewerkers te laten participeren? Bespreek het met je contactpersoon bij LION. We helpen je de financiële gevolgen en aandachtspunten in kaart te brengen en te bepalen welke vervolgstappen passend zijn.
Bronnen