Lion creëert toegangspoort voor ondersteuning

Corona, een van de grootste crises uit de geschiedenis.

Lees hier de serie artikelen van Lion Finance bedoeld om MKB-bedrijven in rustiger vaarwater te brengen. Geschreven vanuit oprechte betrokkenheid en de wil om professionele ondersteuning zo goed en gemakkelijk mogelijk te maken.

Tweede blog in serie voor MKB-ondernemers in coronatijd: Kijk kritisch naar jezelf, is het corona-devies

19-10-2020
Tweede blog in serie voor MKB-ondernemers in coronatijd: Kijk kritisch naar jezelf, is het corona-devies

In de communicatie van de overheid rondom de coronamaatregelen komt het regelmatig langs: het aantal faillissementen is in de eerste negen maanden van 2020 niet spectaculair gestegen omdat veel MKB-bedrijven die zonder corona al op het randje stonden deze maanden door de coronasteun van de overheid overeind zijn gehouden. Daarnaast wordt veelvuldig benadrukt – en met de SLIM subsidie omlijst – dat omscholing iets is waar werknemers en werkgevers juist nu goed naar zouden moeten kijken. En hoewel natuurlijk twee totaal verschillende zaken, stippen ze één terecht punt aan: nu is het moment om kritisch naar jezelf en je eigen toekomst te kijken.

Albert Einstein zei ooit: ‘de definitie van waanzin is altijd hetzelfde blijven doen en toch denken dat er iets anders uit kan komen’. Met deze uitspraak geconfronteerd, geeft vrijwel iedereen de legendarische Duitse wetenschapper groot gelijk. Maar op hetzelfde moment ziet de werkelijkheid er in menig MKB-bedrijf anders uit. Met ondernemers die weliswaar weten dat zij moeten door ontwikkelen, maar zozeer in de waan van de dag zitten dat een grondige en brede blik op de toekomst nauwelijks plaatsvindt. En met menige werknemer die echt wel weet dat permanente ontwikkeling noodzakelijk is, maar in de praktijk jaar in jaar uit hetzelfde blijft doen en feitelijk als konijntje staart in de koplampen van een naderende sneltrein. Vaststellen dat iets verstandig is, is duidelijk iets anders dan daadwerkelijk actie ondernemen. En zoals zo vaak, zorgt een echte crisis ervoor dat mensen nu met hun neus op de feiten worden gedrukt.

Levensvatbaar

 De vraag beantwoorden of een bedrijf levensvatbaar is, vereist inzicht in een heleboel factoren. In het eigen vermogen, de cashpositie, de kosten, de marge, de producten, de mensen, de schulden, de marketing en ga zo maar door. Maar het begint bij een eerlijke verkenning van de markt, de (potentiële) klanten, de concurrentie, maatschappelijke ontwikkelingen en de innovatiekracht van de branche. Kort gezegd: in het bedrijfsleven geldt dat ondernemingen alleen bestaansrecht hebben als ze toegevoegde waarde kunt leveren voor hun klanten. Om die analyse vervolgens naast het huidige bedrijf te leggen met de confronterende vraag: ben ik met mijn bedrijf in staat om deze twee eindjes aan elkaar te knopen en een onderscheidende positie in te nemen? Dat is wat ondernemers die al vóór corona op het randje stonden, moeten doen. Ook in hun eigen belang. Want iedere financieel specialist kan ondernemers uitleggen dat het te lang doorgaan met een in de basis niet levensvatbaar bedrijf leidt tot grotere en langduriger schade dan het besluit om de spreekwoordelijke ‘stekker uit het bedrijf te trekken’. 

Nu is het moment om als ondernemer kritisch naar jezelf en je bedrijf te kijken. Niet dat het daarmee eenvoudiger wordt. Natuurlijk niet! Besluiten dat je bedrijf niet levensvatbaar is, is in tegenstelling tot wat de publieke opinie denkt véél meer dan een zakelijke afweging. Dat is een ingrijpend emotioneel proces. Want MKB-ondernemers zijn niet van de afdeling ‘opgeven’. Het bedrijf is eigenhandig opgebouwd en soms al generaties geleden gestart. Schuld en schaamte spelen een belangrijke rol in de besluitvorming en dan vechten emotie en ratio om voorrang. En dus moeten ondernemers zo’n proces ook niet in hun eentje willen doorlopen. Want het is altijd verstandig dit soort ingrijpende zaken te bespreken met mensen die iets verder van het bedrijf afstaan. Laat daarom de juiste professionals meekijken en -denken. En ja, dat kost geld. Maar bespaart, leert de praktijk, in veel gevallen meer dan het kost. 

Duurzame ontwikkeling

Bij de permanente ontwikkeling van werknemers ligt het in feite niet anders, al is er wel sprake van een andere route. Ook werknemers hebben de verantwoordelijkheid zich met enige regelmaat af te vragen of hun professionele toegevoegde waarde nog wel aansluit op de snel ontwikkelende marktomstandigheden. Want de tijd dat alles voor hen werd gedaan in Nederland, is definitief voorbij. Wij zitten inmiddels in een tijdperk waarin werknemers zelf moet zorgen voor de opleiding die bij hen past. Zelf moet zorgen dat ze bijblijven. Niet alleen om aantrekkelijk te blijven op de arbeidsmarkt, maar ook in maatschappelijke zin. Want in het Nederland van vandaag en morgen zijn mensen verantwoordelijk voor hun eigen welzijn. Maar veel werknemers lijken dit nog onvoldoende te beseffen. Denken dat de werkgever hen moet stimuleren om volgende stappen te zetten. En hoewel de werkgever hier zeker een verantwoordelijkheid heeft, de regie ligt inmiddels echt bij de werknemer zelf. 

Daarom zegt de oproep door de overheid richting bedrijven om aandacht te geven aan omscholing - gefaciliteerd door de SLIM-subsidie als onderdeel van de corona maatregelen – ook meer over de overheid zelf dan over wat er in het bedrijfsleven moet gebeuren. Werknemers moeten kritisch naar zichzelf kijken en de vraag stellen of het roer om moet. En natuurlijk is het helemaal prima om daar met de werkgever over van gedachten te wisselen. Of met arbeidsmarktspecialisten die door het hele land gemakkelijk zijn te vinden. Om vervolgens binnen de eigen mogelijkheden een keuze te maken en een ontwikkelingstraject in te gaan. 

Valkuil

Tegelijk moeten we oppassen voor de valkuil dat het enorme aanbod aan opleidingen en cursussen in Nederland wordt gezien als hèt antwoord op de behoefte aan permanente ontwikkeling bij werknemers. Want dat is niet zo. Permanente ontwikkeling is een mentaliteit, een cultuur. Iets dat je van huis uit moet meekrijgen. Op school moet worden gecultiveerd. En op de werkvloer moet worden gestimuleerd. De Amerikaanse wetenschapper Charles Jennings deed op dit vlak onderzoek en kwam uit op de verhouding 70-20-10. Zeventig procent van de ontwikkeling van werknemers is ‘leren door te doen’, twintig procent komt voort uit goeie ‘begeleiding & coaching’ en slechts 10% van de ontwikkeling is het resultaat van ‘formele cursussen en opleidingen’. En dat is relevant, want in menige organisatie – en zeker bij de Nederlandse overheid – is op dit moment het omgekeerde de praktijk.

Op de lange termijn is dus een cultuurverandering noodzakelijk die thuis begint en op school wordt voortgezet door leerlingen naast kennis vooral ook vaardigheden en verantwoordelijkheidsbesef bij te brengen. Maar daar hebben werknemers die nu iets moeten natuurlijk niets aan. Dus is het voor de korte termijn ook helemaal niet slecht financiële ruimte te scheppen voor mensen om zich om te scholen. Als we maar beseffen dat omscholen niet slechts een kwestie van is van een cursus of opleiding. Want dan gaan een heleboel van deze mensen tegen een muur oplopen.

‘Meer dan het verleden interesseert mij de toekomst, want daarin ben ik van plan te leven’. Ook die is van Albert Einstein. En dat is waar het hier over gaat. Voor zowel ondernemers als werknemers. Het vermogen om op basis van de voorzienbare toekomst kritisch naar jezelf te kijken. Als de corona crisis dit bij mensen teweegbrengt, heeft het de Nederlandse samenleving ook iets goed opgeleverd.

‹ Terug naar lijst